u1957_Documentary_style_wide_angle_photo_of_a_Ford_Escort_MK1_066fb526-c9e0-4b2d-a544-cd45a054916a_1
11 september 2026

Klassiekersegment: jaren 70-modellen opvallend goed vertegenwoordigd

 

De populairste klassiekers van Nederland zijn lang niet altijd de duurste of meest exclusieve auto’s. Juist de modellen die vroeger het straatbeeld bepaalden, domineren nog altijd het Nederlandse klassiekerbestand. Veel liefhebbers kopen de auto waar ze als kind van droomden, waarin hun ouders reden of waarmee ze zelf de eerste vakanties beleefden. Dat heeft als logisch gevolg dat ook auto’s uit de jaren 80 steeds populairder worden, maar de klassiekers uit de jaren 70 domineren.

In Nederland krijgt een personenauto de officiële oldtimerstatus zodra deze 40 jaar oud is. In veel andere Europese landen ligt die grens lager. Zo hanteert Duitsland een leeftijd van 30 jaar voor de officiële klassiekerstatus, terwijl veel verzekeraars voertuigen vanaf 25 tot 30 jaar al als klassieker beschouwen.

 

1950-1959: naoorlogse klassiekers

Van de personenauto’s die tussen 1950 en 1959 zijn gebouwd, staan er in Nederland nog altijd 16.574 exemplaren geregistreerd. Het wagenpark uit deze periode bestaat voor een belangrijk deel uit modellen die de naoorlogse mobiliteit vormgaven. Denk aan de modellen van DAF (208 exemplaren en de Citroën 2CV (65 exemplaren).

 

1960-1969: auto’s uit de boomjaren van de Europese automarkt

Uit de bouwjaren 1960 tot en met 1969 zijn nog 30.357 auto’s geregistreerd. De Europese automarkt groeide in deze periode sterk, wat zich ook vertaalt in een breed samengesteld klassiekerpark. Voorbeelden van modellen uit deze periode zijn de Renault 4 (26 stuks), Fiat 500 (731), MG B (224 stuks inclusief modelafgeleiden), Triumph Spitfire (179 stuks), Peugeot 404 (284), Saab 96 (102 stuks) en de Austin Mini (101 exemplaren).

 

1970-1979: volumemodellen domineren

De modellen uit de jaren zeventig zijn erg in trek als klassieker, in ons land staat nog 85.698 auto’s uit deze periode op kenteken. Vooral de voormalige volumemodellen van weleer zijn goed vertegenwoordigd. Voorbeelden zijn de Opel Kadett B en C (2.096 exemplaren), de Ford Escort Mk1 en Mk2 (405 stuks), de Ford Taunus (464 exemplaren) en de Peugeot 504 (580 stuks).

 

1980-1985: de jongste officiële oldtimers

Als we inzoomen op de bouwjaren 1980 tot en met 1985 (auto’s uit 1986 hebben op het moment van schrijven nog niet allemaal de klassiekerstatus bereikt) dan tellen we 41.648 geregistreerde voertuigen. Ter vergelijking: er staan in ons land liefst 58.641 auto’s op kenteken uit de bouwjaren 1970-1975. Een opvallend gegeven, aangezien het hier dus om aanzienlijk oudere auto’s gaat.

Deze auto’s vormen een groeiend deel van het klassiekerpark, hoewel niet alle auto’s uit deze periode uiteraard gekoesterd worden als een klassieker. Veelal worden ze ook nog gewoon dagelijks gebruikt. Populaire modellen zijn de Volvo 240/260 (495 exemplaren), de Mercedes-Benz W123 (1.803 stuks), de BMW 3-serie van de E21- en de E30-generatie (samen 695 stuks), de Volkswagen Golf I en II (2.700 exemplaren) en de Porsche 911 (514 stuks).

 

Veranderende samenstelling

De samenstelling van het Nederlandse klassiekerpark verandert geleidelijk. Doordat oudere generaties automobilisten overlijden of met hun hobby stoppen, neemt het relatieve aandeel van auto’s uit de jaren vijftig en zestig af. Tegelijkertijd groeit de belangstelling voor modellen uit de jaren zeventig en tachtig, die voor veel huidige eigenaren een herkenbare auto uit hun jeugd of beginjaren als automobilist vormen.

Zelf inzicht in deze statistieken?

Met Automotive dashboard kun je alle statistieken, zelfs tot op postcodeniveau, zelf inzien.