u1957_A_hyperrealistic_rolling_shot_of_a_Volvo_V70_2000-2007__0066ab23-974b-4bed-9ad1-61a325cbd2d5_0
4 juni 2026

Aanzienlijke daling verkopen in youngtimersegment door dreigende aanpassing regeling

 

De verschuiving van de leeftijdsgrens van 15 naar 25 jaar die dreigde voor de youngtimerregeling heeft een behoorlijke impact gehad in de occasionverkopen.

 

Waar de algehele occasionverkopen in het eerste kwartaal van dit jaar slechts 1,9 procent daalden ten opzichte van Q1 vorig jaar (B2C en C2C), was bij de occasions van de bouwjaren 2002-2011, die in de aangepaste regeling buiten de boot zouden vallen, sprake van een gemiddelde daling van 10,1 procent.

Het is niet bekend welk percentage van deze auto’s ook daadwerkelijk zakelijk wordt ingezet met gebruikmaking van deze youngtimerregeling, niettemin is het verschil significant.

Om het geheugen nog even op te frissen: een youngtimer is een auto van vijftien jaar of ouder. Die worden voor een groot deel zakelijk gereden volgens de genoemde regeling. Voor deze voertuigen geldt een afwijkende bijtellingsregeling, waarbij de bijtelling wordt berekend over de dagwaarde van de auto in plaats van over de oorspronkelijke nieuwprijs.

 

Voordelig zakelijk rijden

Daardoor zijn youngtimers populair onder ondernemers die zo relatief voordelig zakelijk kunnen rijden. De fiscale tegemoetkoming zorgt er daarbij voor dat ze eerder kiezen voor representatieve, comfortabele auto’s als een BMW 3-serie of Volvo V70.

De overheid overwoog een mogelijke aanpassing van de regeling, waarbij alleen nog auto’s die minimaal 25 jaar oud zijn hiervoor in aanmerking zouden komen in plaats van de huidige leeftijdgrens van 15 jaar. Dat leidde uiteraard tot onzekerheid binnen de markt én bij occasionkopers, mede omdat de occasionsprijzen van bijvoorbeeld de genoemde modellen door de dreigende aanpassing flink onder druk komen te staan.

 

Regeling bevroren

Inmiddels is de kou uit de lucht en is bekend dat de leeftijdsgrens van 15 jaar toch blijft bestaan, waarbij de regeling naar alle waarschijnlijkheid wel wordt ‘bevroren’ en dan niet meer geldt voor auto’s die na 2011 of 2012 gebouwd zijn, het exacte bouwjaar is op dit moment nog niet exact bekend.

Als we even inzoomen op de occasions uit de bouwjaren 2002 tot 2011, die dus veelvuldig als zakelijke youngtimer worden ingezet, dan is sprake van een daling van 182.418 naar 163.982 stuks, oftewel -10,1 procent.

Kijken we bijvoorbeeld naar de eerdergenoemde BMW 3-serie uit de genoemde bouwjaren, dan zien we dat de verkopen daalden van 2.956 naar 2.744, -7,2 procent. Bij de Audi A4 zien we een vergelijkbaar beeld, hier daalden de verkopen met procent van 1.420 naar 1.255 exemplaren, -11,6 procent. Het beeld is vergelijkbaar bij zijn grote broer A6, die van 656 naar 588 verkochte exemplaren ging, een daling van 10,4 procent. Volvo dan: de als zakelijke youngtimer gewilde V70 ging van 1.498 naar 1.321 exemplaren, een daling van 11,8 procent.

 

Ook Mercedes-Benz is een gewild merk onder zakelijke youngtimerrijders. En dan met name de C- en E-klasse. Van eerstgenoemd model zakte de verkopen van 1.546 naar 1.321 exemplaren, wat neerkomt op een daling van 14,6 procent. Bij de ‘E’ daalden de verkopen van 844 naar 730 stuks, - 13,7 procent. Bij topmodel S-klasse, die door de liefhebbers van comfortabele topmodellen zakelijk wordt gereden, ging van 160 naar 138 exemplaren, een daling van 13,8 procent. Al speelt het feit dat er een pseudo-eindheffing in de maak is voor werkgevers (en DGA's) die zakelijk een auto met verbrandingsmotor rijden. Vanaf 2027 bedraagt deze heffing 12 procent van de cataloguswaarde, wat vele duizenden euro’s belasting per jaar extra oplevert. Nu geldt voor auto’s die voor 2027 op naam zijn of worden gezet een overgangsregeling tot 17 september 2030, maar het maakt kopers van dit soort modellen uiteraard wel terughoudender.

Zelf inzicht in deze statistieken?

Met Automotive dashboard kun je alle statistieken, zelfs tot op postcodeniveau, zelf inzien.